De laatste Themazondag van het afgelopen seizoen ging over “Het behoud van de Indische kunst in Nederlandse musea”. Een van de key note sprekers op dit seminar was Frans Leidelmeijer. Op uw verzoek (en met zijn toestemming) kunt u de lezing van Frans – mèt beelden – nu nalezen op de SIE-site.

Frans Leidelmeijer (Foto: Leendert Jansen)

Foto: Leendert Jansen

Frans Leidelmeijer, geboren in Bandung, is kunsthandelaar, publicist, expert, gecertificeerd taxateur/makelaar toegepaste kunst 1880-heden. Hij was in die hoedanigheid verbonden aan het tv-programma Tussen Kunst en Kitsch (1990-2017). Hij publiceerde Art Deco beelden van Bali (2006) en als co-auteur Art Nouveau en Art Deco in Nederland (1983), Kunstnijverheid in Nederland 1880-1940 (1997). Leven in een verzameling (2000).

 

Leidelmeijer stelde als gastconservator tentoonstellingen samen in het Stedelijk Museum, Singer Museum, Gorcums Museum, Stedelijk Museum Breda, voormalig Nusantara, Princessehof, Glasmuseum en Erasmus Huis Jakarta. Sinds 2017 is hij als ambassadeur Indische/Indonesische schilderijen verbonden aan het Venduehuis der Notarissen in Den Haag.

 

Inleiding
In de afgelopen decennia organiseerden musea zelfstandig of in samenwerking met andere musea tentoonstellingen over Indische/Indonesische schilderkunst: ‘Nederlandse schilders en tekenaars in de Oost’ (1972), ‘Indië omlijst’ (1998-1999), ‘Beyond the Dutch’ (2009-2010), tentoonstellingen over moderne beeldhouwkunst van Bali (2000-2001), art deco beelden van Bali (2005 en 2006).

 

Kleine musea vroegen aandacht voor onder andere W.O.J. Nieuwenkamp, Auke Sonnega en Dolf Breetvelt. Het Stedelijk Museum exposeerde werk van de Indonesische broers Agus en Otto Djaya en hun verblijf in Nederland (2018). Het Van Gogh Museum zou de Indonesische meester Affandi, die door Van Gogh werd beïnvloed, onder de aandacht kunnen brengen. Ook in het buitenland was belangstelling voor Indische/Indonesische schilderkunst. In het kader van Europalia was in Brussel het Arts Festival met Indische/Indonesische kunst 1835-heden (2017).

 

Ondanks de aandacht voor de Indische/Indonesische schilderkunst in museale depots, kon het toch gebeuren dat door een dochter van prinses Juliana het schilderij De bosbrand van de Indonesische schilder Raden Saleh op slinkse wijze via een buitenlandse veiling aan een museum in Singapore werd verkocht …

 

– – / / – –

 

Deze lezing gaat over Indische en Indonesische schilderijen en Balinese art deco beelden, merendeels uit de collecties van Nederlandse musea. Welke tentoonstellingen over deze onderwerpen in de afgelopen decennia in Nederland zijn geweest en welke tentoonstellingen in de toekomst zouden moeten worden georganiseerd.

 

Raden Saleh - Boschbrand

Raden Saleh – Boschbrand (1849) -[collectie National Gallery Singapore]

 

Eén schilderij dat absoluut in de collectie van het Rijksmuseum had moeten zitten is dit spectaculaire schilderij ‘Boschbrand’ van de schilder Raden Saleh uit 1849, waarop te zien is hoe tijgers en buffels een bosbrand proberen te ontlopen door in de afgrond te springen. Helaas hebben de 14 kleinkinderen van prinses Juliana – die erfgenamen waren van dit belangrijke werk – het op een handige manier aan de National Gallery in Singapore verkocht voor een bedrag van tussen 3 en 5 miljoen euro volgens een artikel in de NRC van 2016.

 

Het werk dateert van 1846 en is door de adellijke Raden Saleh geschonken aan Willem III als dank voor zijn studie in Nederland waarbij hij uit de staatskas van het Ministerie van Koloniën 2000 gulden per jaar kreeg. Het schilderij hing in het verleden op Paleis Het Loo en later in Huis ten Bosch. Het is net zo groot als de Nachtwacht en toen het uit de gratie was lag het, slordig opgevouwen, op de zolder van Huis ten Bosch en later in de opslag van het Instituut Collectie Nederland in Rijswijk te verpieteren. De kunsthistorica Marie-Odette Scalliet heeft het herontdekt. Het hevig gehavende kunstwerk is door een restauratie atelier in Limburg in oude glorie hersteld en is nu een van de belangrijkste stukken van de National Gallery in Singapore. Dit gedeelde culturele erfgoed had of in het Rijksmuseum of in Museum Nasional in Jakarta moeten hangen.

 

Antoine Payen - Pasar Bogor

Antoine Payen (de jonge) – Pasar Bogor – [collectie Museum voor Volkenkunde, Leiden]

 

Schilderij van de Belg Antoine Payen, die in opdracht van de Nederlandse regering het Javaanse landschap moest vastleggen. Hij was een van de weinige professionele kunstschilders in die tijd. Het schilderij laat een markttafereel zien in de buurt van de stad Bogor. Payen heeft het talent van Raden Saleh onderkend en van hem kreeg hij de eerste tekenlessen en zij reisden samen door het Java. Op zijn voorspraak en die van Gouverneur Generaal Van der Capellen kreeg Raden Saleh een beurs om in Nederland te gaan studeren.

 

Friedrich Schreuel - Portret van Raden Syarif Bustaman Saleh

Friedrich Schreuel – Portret van Raden Syarif Bustaman Saleh (ca. 1840) – [collectie Rijksmuseum, Amsterdam]

 

Portret van Raden Saleh, toegeschreven aan de Duitse schilder Friedrich Carl Albert Schreuel (ca. 1840). Wij zien hier Raden Saleh nog gekleed als een Europese dandy. Hij moet hier 29 jaar oud zijn. Later nadat hij klaar was met zijn studie waar hij onder meer lessen kreeg van de schilders Andreas Schelfhout en Cornelis Kruseman presenteert hij zich als Javaanse prins en kleedt er zich ook naar, in Nederland vindt men het maar niks. Ook zijn schilderkunst niet.

 

Hij reist langs verschillende Europese hoven, waar zijn exotische verschijning wèl gewaardeerd wordt en hij portretten van de vorsten en edellieden maakt, naast werken met wilde dieren, wiens gedragingen hij onder meer in Den Haag bij een leeuwentemmer heeft bestudeerd.

 

Nicolaas Pieneman - De onderwerping van Diepo Negoro aan luitenant-generaal baron de Kock

Nicolaas Pieneman – De onderwerping van Diepo Negoro aan luitenant-generaal baron de Kock (1830-1835) – [collectie Rijksmuseum, Amsterdam]

 

Dit schilderij komt ook uit de collectie van het Rijksmuseum: ‘De onderwerping van prins Diponegoro aan luitenant generaal Baron Hendrik Merkus de Kock’. De Kock gaf in 1856 aan de schilder Nicolaas Pieneman de opdracht om dit feit, wat hij als een hoogtepunt in zijn carrière zag, te schilderen. Diponegoro leidde in de zogenoemde Java oorlog van 1825-1830, de opstand, van de bevolking die in die jaren aan grote armoede leed, veroorzaakt door de koloniale overheersing. Wij zien de generaal in vol ornaat met zijn adjudant De Stuers, terwijl hij naar de koets wijst die de gevangene moet wegbrengen. Diponegoro laat zijn handpalmen zien als symbool van overgave.

 

Zijn manschappen hebben de wapens neergelegd en op het dak wappert de driekleur. Pieneman die nog nooit in Indië is geweest heeft de Indonesiërs als Arabieren uitgedost.

 

Raden Saleh - Penangkapan Diponegoro (arrestatie van Diponegoro)

Raden Saleh – Penangkapan Diponegoro (arrestatie van Diponegoro) (1857) – [collectie Istana Negara, Jakarta]

 

Vijfentwintig jaar later schildert Raden Saleh de Indonesische versie van dit gebeuren en noemt het ‘De arrestatie van prins Diponegoro’. Hij schildert het in spiegelbeeld en twee maal zo groot als het voorbeeld (en ook breder). Op dit schilderij zijn ook meer opstandelingen te zien dan soldaten van het koloniale leger.

 

De Nederlandse vlag is nergens te bekennen en de prins en de generaal staan op gelijke hoogte. De Nederlanders heeft Raden Saleh naar verhouding grotere hoofden gegeven zodat zij er grotesk uitzien. En de opstandelingen heeft hij de authentieke Javaanse kleding gegeven, batik en als hoofddeksel de Javaanse belangkong. Hijzelf staat met gebogen hoofd tussen de opstandelingen. Dit schilderij schonk hij ook aan Willem III en in de jaren heeft koningin Juliana (zij wel) het aan Indonesië teruggegeven waar het nu in het Merdeka-paleis museum in Jakarta hangt.

 

Heri Dono - Salah Tangkap Pangeran Diponegoro

Heri Dono – Salah Tangkap Pangeran Diponegoro (2007) – [collectie Nadi Gallery, Jakarta]

 

Geïnspireerd door het voorgaande schilderij maakte de politiek geëngageerde schilder Heri Dono dit schilderij in 2007 met de titel ‘De onterechte arrestatie van Diponegoro’.

 

Ex-president Suharto neemt de plaats in van Diponegoro. Hij wordt in de boeien geslagen voor zijn corrupte regeerperiode door de toenmalige president Yudhoyono. De media, het leger, advocaten en doctoren kunnen hem nu niet meer helpen. Zijn artsen meldden hem namelijk altijd ziek als hij voor de rechter moest verschijnen.

 

Op en voor het bordes zijn oud presidenten en oud politici te zien. Zijn vrouw ‘Tien’ Soeharto werpt zich voor zijn voeten. Boven op het dak steekt Diponegoro zijn middelvinger naar Soeharto op. Een vliegend wit paard boven rokende vulkanen zal later Diponegoro naar het Java brengen dat hij na zijn arrestatie nooit meer zag. Heri Dono voelde zich tijdens het regime van Soeharto zwaar onderdrukt. Raden Saleh wordt in Indonesië beschouwd als de grondlegger van de moderne Indonesische schilderkunst.

 

In 1972 werd er een tentoonstelling over Indische schilderkunst in het Rijksmuseum gehouden met de titel “De Nederlandse schilders en tekenaars in Oost” met de bedoeling om deze schilders uit de vergetelheid te halen.

 

Albert Eckhout - Indische marktkraam

Albert Eckhout – Indische marktkraam (1640-1666) – [collectie Rijksmuseum, Amsterdam]

 

Schilderij van een marktstal, een vroeg voorbeeld van een Indisch schilderij (ca. 1650) van de schilder Albert Eckhout. Het is niet bekend dat hij ooit in Indië is geweest, wel in Brazilië.

 

Daniel Beynon - Javaanse vrouw

Daniel Beynon – Javaanse vrouw (1873) – [collectie Tropenmuseum, Amsterdam]

 

Mooi schilderij van een Javaanse vrouw van Jan Daniel Beynon.

 

Geboren in 1830 in Jakarta ging hij in 1848 naar Amsterdam om aan de Amsterdamse Academie te studeren. Terugkomend in Jakarta opende hij zijn studio waar hij dit soort fijnzinnige portretten en stillevens schilderde.

 

Frans Lebret - Portret van de Javaanse gehuwde vrouw en dienstmaagd Marina

Frans Lebret – Portret van de Javaanse gehuwde vrouw en dienstmaagd Marina (1863) – [collectie Dordrechts Museum]

 

Nog een voorbeeld van een 19e-eeuws kunstwerk en uit de collectie van het Dordrecht museum is deze aquarel van gehuwde vrouw en dienstmaagd (een baboe dus) uit 1863 van de schilder Frans Lebret.

Hij werd in 1820 in Dordrecht geboren en bezocht Java in 1863 waar zijn broer een suiker plantage had.

 

Indonesische vrouwen spelen een belangrijke rol in het koloniale leven als ‘njai’: de concubine van de blanke koloniaal bij gebrek aan blanke vrouwen en als baboe/huismeid.

 

De tentoonstelling in het Rijksmuseum om de Indische kunst uit de museumdepots en van de muren van oud-Indische gaten te krijgen en wat meer voor het voetlicht te halen was niet zo’n succes maar bracht wel wat op gang.

Er kwamen monografieën van de drie volgende kunstenaars, zoals …

 

Walter Spies - Balinesische Legende

Walter Spies – Balinesische Legende (1928) – [Verm. collectie ‘The Walter Spies Foundation’, Leiden]

 

Walter Spies, de Duitse kunstenaar die – door zijn contacten met het Nederlandse echtpaar Schoonderbeek-Vredenberg – van de Bachvereniging elf schilderijen uit zijn Duitse periode in het Stedelijk Museum in Amsterdam mocht exposeren (en deze later goed kon verkopen op een tentoonstelling in een privé-galerie in Den Haag).

Tijdens zijn verblijf in Nederland bezocht hij ook het Tropenmuseum in Amsterdam waardoor hij op het idee kwam om naar Indië te gaan, waar hij uiteindelijk op Bali terecht kwam en wereldberoemd werd met zijn Balinees werk.

 

Dit schilderij uit 1930 is typerend voor zijn Balinese werk.

 

In 1980-1981 vond er een tentoonstelling van zijn werk plaats in het Tropenmuseum met vele bruiklenen en slechts één kunstwerk uit eigen bezit.

 

Dit schilderij zou in de collectie van ‘The Walter Spies Foundation’ in Leiden zijn.

 

Rudolf Bonnet - Balinese Actor as Arjuna Bertapa

Rudolf Bonnet – Balinese Actor as Arjuna Bertapa (1975)

 

Tekening van potlood en pastel van een Balinese acteur in zijn rol als Arjuna Bertapa uit 1974 van de Nederlandse schilder Rudolf Bonnet die op advies van een andere Nederlandse schilder (Wijnand Nieuwenkamp; die al in 1904 het paradijselijke Bali bezocht) zich op Bali vestigde en daar zijn beste en meest gezochte werken maakte.

 

Samen met Spies, de kunstenaar I Gusti Nyoman Lempad en de Balinese edelman Tjokorda Gde Rake Sukawati, richtten zij de ‘Pita Maha’ (grote levenskracht) op waar jonge Balinese kunstenaars lid van konden worden. Traditioneel werkten deze kunstenaars voor de vorsten en de priesters, maar nu maakten zij vrij werk en omdat het toerisme op gang kwam werden er kunstzinnige souvenirs voor deze toeristen gemaakt. De kunstwerken werden wekelijks door Spies en Bonnet geballoteerd.

 

Net als Spies hield Bonnet van mannelijk schoon …

 

Willem Hofker - Ni Gusti Kompiang Mawar

Willem Hofker – Ni Gusti Kompiang Mawar (1940)

 

… maar ook liefhebbers van het vrouwelijk schoon kwamen naar Bali zoals Willem Hofker en zijn vrouw. Hofker zou vooral bekend worden door de schilderijen en tekeningen van Balinese schonen die in die tijd met ontbloot bovenlijf rond liepen.

Op het schilderij is de Balinese schone Ni Gusti Kompiang Mawar afgebeeld. Dit schilderij is afkomstig uit een particuliere collectie en zal op de Indonesian Art Sale van het Venduehuis in Den Haag eind augustus geveild worden.

 

Het Tropenmuseum organiseerde in 1998-1999 de tentoonstelling “Indië omlijst: vier eeuwen schilderkunst in Nederlands-Indië” vergezeld door een belangrijke catalogus met een inventarisatielijst van alle werken die zich in het Tropenmuseum, Museum voor Volkenkunde, Nationaal Museum van Wereldculturen en Museum Bronbeek bevinden, zoals …

 

Jacob Taanman - Raden Mas Gusti Sayidin Malikul Kusna, de kroonprins van Surakarta

Jacob Taanman – Raden Mas Gusti Sayidin Malikul Kusna, de kroonprins van Surakarta (1881) – [collectie Tropenmuseum, Amsterdam]

 

… dit schilderij uit de collectie van het Tropenmuseum, Amsterdam van Jacob Taanman van Pakoeboewono IX van Soerakarta als kleine jongen, die later Sultan van Solo zou worden. De sultans waren vaak de vazallen van de Nederlandse regering.

 

Isaac Israëls - Portret van de Javaanse prins, Mangkoenegara: Pangéran Adipati Ario Praboe Mangkoenegara VII

Isaac Israëls – Portret van de Javaanse prins, Mangkoenegara: Pangéran Adipati Ario Praboe Mangkoenegara VII (1922) – [collectie Frans Hals Museum, Haarlem]

 

Schilderij van Isaac Israëls uit 1922 van Mangkoenegara VII van Solo, zelfregeerder van de Mangkoenegara. Hij was de vazal van Pakoeboewono IX.
Israëls werd door zijn goede vriend de danser Raden Mas Jodjana, die in Den Haag woonde geïntroduceerd in de vorstelijke kringen van Solo. Heeft vooral in de kraton van de Mangkoenegara geschilderd.

 

Leo J. Eland - Een landschap op Java

Leo J. Eland – Een landschap op Java (1929) – [collectie Tropenmuseum, Amsterdam]

 

Leo J. Eland; ‘Een landschap op Java’, 1929. Een fraai voorbeeld van een ‘Mooi Indië’-schilderij; Eland had er patent op.

 

Dit genre verkocht goed tijdens de ‘tempo doeloe’. Veel Nederlanders, Indo-Europeanen en gegoede Indonesiërs wilden wel zo’n doek aan de wand en als de Nederlanders voorgoed naar Holland vertrokken was het een mooi souvenir.

De term ‘Mooi Indië’ werd vanaf 1913 gebruikt naar aanleiding van de uitgave van een map van 12 gekleurde platen naar aquarellen van F.J. Rossum du Chattel, getiteld: “Mooi Indië in kleuren van 12 aquarellen”.

 

Charles Sayers - Eendenhoeder (Gardien et ses canards)

Charles Sayers – Eendenhoeder (Gardien et ses canards) (1927) – [collectie Tropenmuseum, Amsterdam]

 

Charles Sayers: ‘Eendenhoeder’, 1927.

 

Ook een voorbeeld van een ‘Mooi Indië’-schilderij, maar geschilderd in een moderne Europese stijl, net als het voorgaande schilderij.

 

Piet Ouborg - Kalksteen en bamboewortels

Piet Ouborg – Kalksteen en bamboewortels – [collectie Dordrechts Museum, Dordrecht]

 

Twee schilders onderscheidden zich in hun stijl doordat zij niet in het genre van de ‘Mooi Indië’-stijl schilderden maar in een surrealistische stijl, zoals dit afgebeelde werk ‘Kalksteen en bamboewortels’ van Piet Ouborg uit 1934-1939.

 

Samen met Dolf Breetvelt weken zij af van de norm, maar verkochten ook minder goed.

 

In 2009/2010 vond de tentoonstelling “Beyond the Dutch: Indonesië, Nederland en de beeldende kunsten van 1900” in het Centraal Museum in Utrecht plaats. Dit was eigenlijk een vervolg van de tentoonstelling “Indie Omlijst”, alleen op deze tentoonstelling werd er veel aandacht besteed aan de kunst uit de revolutietijd en aan de hedendaagse kunst van Indonesië die aanvankelijk nog op de westerse (Nederlandse) kunst leunde maar gaandeweg zijn eigen gang vond.

 

Ries Mulder - Kerk van Bandung

Ries Mulder – Kerk van Bandung (1958) – [collectie Stadsmuseum, IJsselstein]

 

Op deze tentoonstelling hing werk van Ries Mulder die in kubistische stijl schilderde. Hij is in Indonesië vooral bekend geworden als docent aan de kunstacademie Seni Rupa, verbonden aan de Technische Hogeschool van Bandung waar hij schilderlessen en kunstbeschouwing doceerde. Simon Admiraal was een collega van hem.

Dit schilderij, ‘Kerk van Bandung’, is in de collectie van het Stadsmuseum in IJsselstein, waar hij geboren is en in 1958 na 11 jaar terugkeerde toen alle Nederlanders – in verband met de Nieuw-Guinea kwestie – Indonesië moesten verlaten, tot groot verdriet van zijn leerlingen, waarvan enkele (zoals Popo Iskander en Mochtar Apin) nu in Indonesië beroemd zijn geworden. Hijzelf kon in Nederland zijn draai niet meer vinden.

 

Nu volgen enkele werken van revolutionaire schilders:

 

Sindu Sudjojono - Perusing a Poster

Sindu Sudjojono – Perusing a Poster (1956) – [collectie OHD Museum, Magelang]

 

Het schilderij ‘Bestuderen van een aanplakbiljet’ uit 1956 van Sudjojono.

Hij wees de ‘Mooi Indië’-stijl af en wilde kunst maken voor het volk met gebruik van Indonesische onderwerpen. Samen met Agus Djaya richtte hij in 1938 de Persagi op (Persatuan Ahli Gambar Indonesia; de unie van Indonesische schilders). Zij wezen ook de op moderne westerse kunst gebaseerde stijl van de academie in Bandung af. Deze revolutionaire schilders waren vooral gevestigd in de stad Yogyakarta. Het is opmerkelijk dat president Soekarno alleen schilderijen voor zijn collectie kocht van de Yogyakarta schilders.

 

Soedibio - To you People of Jogja

Soedibio – To you People of Jogja (1949) – [collectie OHD Museum, Magelang]

 

Het Schilderij ‘Voor het volk van Yogya’, met als onderwerp de strijd voor onafhankelijkheid. Wij zien gevangenen, martelingen, gevolgd door de dood. Van de schilder Soedibio.

 

Ook dit komt uit de collectie van het OHD Museum in Magelang van Dr. Oei Hong Djien, die als een van de eerste het belang van Indische en Indonesische schilderijen zag. Helaas is er een smet op zijn naam gekomen omdat is gebleken dat er zich valse schilderijen in zijn museumcollectie bevinden.

 

Hendra Gunawan - On the Sidewalk of Yogyakarta

Hendra Gunawan – On the Sidewalk of Yogyakarta (1947) – [collectie OHD Museum, Magelang]

 

Een schilder die ook tot de Yogyakartaschool hoort is Hendra Gunawan. Hij schildert bij voorkeur mensen in hun dagelijkse omgeving, zoals hier mensen op een straatmarkt in Yogyakarta.

 

Hendra Gunawan - Guerrilla strijders

Hendra Gunawan – Guerrilla strijders (1949) – [collectie Nationaal Museum van Wereldculturen, Rotterdam]


Hendra Gunawan was ook solidair met de revolutionairen die streden voor onafhankelijkheid. Dat is aan dit schilderij uit 1949 te zien dat ‘De guerrillastrijders’ heet en tot mijn verrassing deel uitmaakt van de collectie van het Nationaal Museum van Wereldculturen in Rotterdam.

 

Miguel Covarrubias - Mujer de Bali

Miguel Covarrubias – Mujer de Bali – [collectie Rijksdienst Kunsthistorische Documentatie, ’s Gravenhage]

 

En ik was net zo verrast dat dit schilderij van een mooie Balinese in de collectie van de Rijksdienst Kunsthistorische Documentatie Den Haag zit. De schilder is de Mexicaan Miguel Covarrubias, die in New York onder meer werkte als illustrator voor het toonaangevende blad ‘Vanity Fair’. Samen met zijn vrouw kwam hij op de lokroep van het paradijselijke eiland Bali af en maakte in samenwerking met Walter Spies het boek ‘Island of Bali’ dat in 1937 uitkwam. Zijn beeld van de Balinese vrouw, met ranke ledematen en mooie borsten schijnt de jonge beeldhouwers van Bali geïnspireerd te hebben.

 

Koloniale art-deco (Kunsthal Rotterdam, 2000-2001)

Koloniale art-deco (Kunsthal Rotterdam, 2000-2001)

 

Aankondiging van een tentoonstelling over art deco-beelden van Bali in de Kunsthal in Rotterdam in 2000-2001, samengesteld door – jawel – Wim Pijbes, de latere Rijksmuseumdirecteur die daar toen werkzaam was. U ziet op de aankondiging zo’n beeld van een vrouwelijk naakt in art deco stijl.

 

Frans Leidelmeijer als gastconservator bij Museum Nusantara (2005-2006)

Frans Leidelmeijer als gastconservator bij Museum Nusantara (2005-2006)

 

In de jaren 2005 en 2006 mocht ik als gastconservator een tentoonstelling samenstellen van art deco beelden uit Bali in het helaas opgedoekte Museum Nusantara in Delft. U ziet mij hier in een van de tentoonstellingszalen en daar ligt zij weer: het vrouwelijk naakt. Het beeld is jaren geleden op een veiling in Singapore verkocht voor een astronomisch bedrag.

 

Anak Agoeng Rako - Patih Maritja

Anak Agoeng Rako – Patih Maritja – [collectie Tropenmuseum, Amsterdam]

 

In 2006 maakte ik een boekje over deze beelden waar ook dit beeldje van Patih Maritja (‘Het gouden hert getroffen door Rama’s pijl’) staat afgebeeld. Aan onderzijde is deze gesigneerd door een van de kunstenaars, Anak Agoeng Rako van de Pita Maha-groep (1935-1942). Dit jaar en volgend jaar komen twee nieuwe boeken uit over dit onderwerp: één geschreven door de op Bali wonende Amerikaan Bruce Carpenter en één Nederlandse uitgave geschreven door de voormalige conservator van het Tropenmuseum, Koos van Brakel.

 

I Grambuang - Jongen met vechthaan

I Grambuang – Jongen met vechthaan – [collectie Tropenmuseum, Amsterdam]

 

Dit beeld van jongen met vechthaan stond ook op de tentoonstelling in Nusantara. Het is gesneden door I Grambuang, ook lid van de Pita Maha.

 

Agus Djaya - Revolusi

Agus Djaya – Revolusi (1947) – [collectie Stedelijk Museum, Amsterdam]

 

Tekening ‘Revolusie’ van een van de gebroeders Djaya: Agus.

 

In 1947 – midden in de Indonesische revolutietijd – vond er in het Stedelijk Museum een tentoonstelling van werken van de gebroeders Djaya die zij zelf meegebracht hadden uit Indonesië. Bij hun terugkeer naar Indonesië schonken de gebroeders de werken aan Willem Sandberg, de directeur van het Stedelijk Museum.

 

In 2018 vond er een kleine tentoonstelling plaats in het Stedelijk Museum van deze werken met werken en archief materiaal uit de collectie van het Nationaal Museum van Wereldculturen en de Universiteitsbibliotheek van Leiden, gevolgd door een symposium in het Rijksmuseum over dit onderwerp.

 

Kusama Affandi - Bad mood

Kusama Affandi – Bad mood (1948) – [collectie Tropenmuseum, Amsterdam]

 

Hier een zelfportret, getiteld ‘Boze stemming’ van Affandi uit 1949 die deel uitmaakt van de revolutionaire schilders van Yogyakara.

 

Kusama Affandi - Borobudur

Kusama Affandi – Borobudur (1985)

 

Nog een schilderij van Affandi, de ‘Borobudur met zon’.

 

Affandi had een typische manier van werken, die bij toeval is ontstaan. Hij drukt de tubes verf leeg op het doek en bewerkt dat met zijn handen, paletmes en kwast. De meeste schilders van de school van Yogyakarta waren autodidact of leerden van elkaar. Zij waren mensen van het volk en hadden geen geld, zoals de Javaanse adel om in Nederland een kunstopleiding te volgen.

Op beide schilderijen is de invloed van Van Gogh duidelijk te herkennen.

Ik vind eigenlijk dat het nu tijd wordt dat het Van Gogh museum het werk van Affandi en Van Gogh met elkaar in verband moet brengen zoals zij dat in het verleden met andere westerse kunstenaars deden zoals de sculpturen van autowrakken van Chamberlain en zoals nu met David Hockney!

 

Een paar jaar geleden kwam uit Indonesië de wens een tentoonstelling in Nederland te willen organiseren van hedendaagse Indonesische kunst. Ik heb toen gesprekken gevoerd met Benno Tempel van het Haags Gemeentemuseum die het wel zag zitten om in het GEM | Museum voor Actuele Kunst zoiets te doen en met Emily Ensink van de Kunsthal Rotterdam. Beiden waren heel enthousiast, maar een vervolg is er niet gekomen.

 

Max Kisman - Indisch DNA (2014)

Max Kisman – Indisch DNA (2014)

 

Wat er wel is gekomen is, is de tentoonstelling ‘Indisch DNA’ van kunst van Nederlands-Indische kunstenaars van 1900 tot heden. Het initiatief kwam van de Stichting Indisch Erfgoed. Ik was een van de samenstellers.

Het affiche is ontworpen door Max Kisman die illustraties maakt voor NRC Handelsblad, de Volkskrant en de VPRO-gids.

 

Hadassah Emmerich - Birds of Paradise

Hadassah Emmerich – Birds of Paradise (2011) – [Spoorsingel, Heerlen]

 

Hadassah Emmerich was een van de exposanten. Dít werk hing er niet, want het is een metershoge wandschildering in de openbare ruimte op het Spoorsingel in Heerlen. Titel: ‘Birds of Paradise’ uit 2011. Zij heeft ook een tentoonstelling gehad in het GEM in Den Haag, getiteld ‘Batik Babe’.

 

Danny Rumbl (Ready2Rumbl) - Kantjil en de tijger

Danny Rumbl (Ready2Rumbl) – Kantjil en de tijger (2014) – [collectie CODA Museum, Apeldoorn]

 

Wél op de tentoonstelling in het CODA-museum in Apeldoorn is dit sculptuur, wat speciaal gemaakt is voor de tentoonstelling ‘Indisch DNA’. Ik zei tegen de jonge Rotterdamse kunstenaar Danny Rumbl, artiestennaam ‘Ready2Rumble’: “Maak nou iets waaruit jouw Indische achtergrond blijkt”.

Hij heeft in Rotterdam en daarbuiten in opdracht diverse wandschilderingen gemaakt.

 

Dit prachtig werk werd het: ‘Kantjil en de tijger’, een bekend Indonesisch sprookje waarin het slimme hertje zijn natuurlijke vijand, de tijger altijd te slim af was.

 


Dames en heren, Ik begon de lezing met een kunstwerk met een tijger en ik eindig er ook mee.

Dank u wel voor uw aandacht!

 

© 2019 Frans Leidelmeijer – Overname SIE door toestemming verkregen.

Vindt u dit een leuk of interessant bericht? Graag liken of delen!
Stichting Erfgoedplatform Apeldoorn
Social media
Facebook
Twitter226
LinkedIn54