In de beginperiode rond 1946 was de opvang ongecoördineerd en werden repatrianten vaak bij particulieren ondergebracht. Later veranderde dit en vonden zij een tijdelijk verblijf in pensions en kazernes. De Indische Nederlanders werden over het hele land verspreid, maar toch waren er belangrijke vestigingsplaatsen. Na Den Haag was Apeldoorn het tweede opvangcentrum voor repatrianten.